sm-kaart.jpg
Uw zoekacties: 44a, Medische politie; 13 januari 1897
xBrievenboeken
Zoeken in Brievenboeken
Brievenboeken
>
Zoektermen
 
 
Brievenboek44a, Medische politie; 13 januari 1897
Nummer:
44a
Datum:
13 januari 1897
Onderwerp:
Medische politie
Geadresseerde:
Inspecteur van het geneeskundig staatstoezicht
Inhoud:
Ik meen op het volgende uwe aandacht te moeten vestigen.
Eenigen tijd geleden ontstond er ziekte in de woning van Hendrik Bakker, wonende in Oldebroek op de grenzen van de gemeente Doornspijk. Ernstig ongesteld werd de vrouw van H. Bakker. Eveneens werden ongesteld kinderen van Arend Berghorst, in een vertrek van dat zelfde huis wonende. De heer W.C. Schouten, geneesheer te Oldebroek, practiseerde in het eerst genoemde gezin en de heer W.J. Rakhorst, arts aldaar, aanvankelijk in het tweede. Laatst genoemde constateerde "Febris Typhoidea" en het bij artikel 21 der Wet van 4 december 1872 (Staatsblad nr. 134) voorgeschreven kenmerk werd op het huis aangeplakt. Een geschil met A. Berghorst voornoemd deed den heer Rakhorst weigeren verder zijne kinderen te behandelen en de heer Schouten werd ook bij deze patienten als geneesheer geroepen. Deze moet gezegd hebben dat die kinderen niet aan de door den heer Rakhorst geconstateerde ziekte leden en het kenmerk verdween weder van het huis.
Daarop werd ongesteld de moeder van genoemden H. Bakker, (die dagelijks bij haar zoon aan huis kwam), vrouw van Jan Bakker, wonende in deze gemeente. Deze vrouw werd ook door den heer Schouten behandeld. Zij overleed, en als oorzaak van den dood werd ten gemeentehuize aangegeven "Oedema pulmonum". Vervolge4ns werd ook genoemde Jan Bakker ziek.
Hij begaf zich ter verpleging naar zijn meergenoemden zoon H. Bakker en werd daar ook door den heer Schouten behandeld. Hij is thans hersteld. Bij het kleeden van het lijk van vrouw Bakker waren tegenwoordig:
Jan Bakker voornoemd,
Gerrit van de Kamp,
Gerrit uit de Bulten en de vrouw van Jakobus Wibbinus van 't Hul, allen te Doornspijk.
G. van de Kamp is daarna ziek geworden. De heer Schouten die hem behandelde constateerde "Febris Typhoidea" naar men zegt, eerst toen hij de dood van den lijder vreesde. Volgens verklaring van vrouw Van de Kamp deelde de heer Schouten aan deze mede, dat hij van het geval wel aangifte moest doen, omdat het in Doornspijk was, zoo zij in Oldebroek woonden, hij zulks niet zoude gedaan hebben. Van de Kamp herstelde evenwel.
Ongeveer gelijktijdig met Van de Kamp werd ook ziek Uit de Bulten voormeld. Aangezien het gerucht ging dat deze ook aan Typhus koortsen lijdende was en zelfs de heer Schouten zich zoude uitgelaten hebben, dat deze de zelfde ongesteldheid had als Van de Kamp (hij werd ook door de heer Schouten behandeld) zoo werd, hoewel genoemde geneesheer geen aangifte deed dat in het gezin Uit de Bulten besmettelijke ziekte heerschte, toch aan de onderwijzer, den heer Van Putten, doorr burgemeester en wethouders kennis gegeven, dat hij de kinderen uit voormeld gezin niet op school moest toelaten. Korten tijd, nadat de heer Van Putten deze kennisgeving had ontvangen, ontving hij van den heer Schouten het hierbij in afschrift gaande briefje. Hierbij zij opgemerkt dat de patient toen reeds ernstig was en dat het mij voorkomt, dat het werd geschreven om mogelijke onaangenaamheden, ingeval van overlijden van den patient te voorkomen. Ook Uit de Bulten is thans nagenoeg hersteld.
Eindelijk werd ook de vrouw Van 't Hul voornoemd hersteld. Zij herstelde evenwel spoedig zonder onder geneeskundige behandeling te zijn geweest. Voor een leek althans is het verband tusschen al deze ziektegevallen treffende en doet aan eene zeer besmettelijke denken. De vreemde wijze van doen van den heer Schouten in de maand juli van het jaar 1893, toen uwe ambtsvoorganger de gevallen als (zijnde) "vermoedelijk cholera" wenschte behandeld te zien, hebbende leeren kennen, meen ik op het bovenstaande uwe aandacht te moeten vestigen. Ik doe dit vertrouwelijk, omdat ik het noodig acht hier zoo volledig mogelijk te zijn en het verloop zich niet uitsluitend tot mijne gemeente bepallde, zoodat ik de bevoegdheid mis om buiten mijne gemeente een onderzoek in te stellen, waardoor (hoewel ik niet twijfel aan de geloofwaardigheid van de bronnen waaruit ik ze heb) mijne mededeelingen voor een deel niet op eigen onderzoek rusten.
Plaats:
Doornspijk
Afzender:
N.S. Rambonnet
Vestiging:
Elburg
Functie:
Burgemeester van Doornspijk
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS